Vacature focust op Sales & Marketing

Op zaterdag 11 december brengt Vacature een dossier rond Sales & Marketing en FMCG.

Adverteerders die personeel zoeken in deze sectoren en in deze editie van Vacature adverteren, kunnen genieten van enkele voordelen. Men krijgt een gratis herplaatsing vanaf 1/2e pagina, een gratis doorplaatsing in de speciale magazine-editie “Break” en men kan op extra visibiliteit rekenen.

Op redactioneel vlak zal het nummer van 11 december het dossier ‘De sterren van 2010’ bevatten: dit is een analyse / overzicht van de ondernemingen die hun succes laten afstralen op de rekruteringsmarkt.

Locatiegebaseerde sociale netwerken

Waar bent u?

Een verhaal over nepburgemeesters en echte deals

De gewone sociale netwerksites zijn intussen alom bekend. De technologie staat echter nooit stil en nu kunt u iedereen dus voortdurend laten weten waar u bent. Ook in de bedrijfswereld kunnen locatiegebaseerde netwerken goed van pas komen. In het artikel “Location-based social networks. Where are you? A tale of fake mayors and real deals”, dat verscheen in The Economist, vernemen we er alles over.

Volgens veteranen uit de marketingwereld draait alles om het bereiken van de juiste persoon op de juiste plaats en het juiste moment. Dat verklaart de toenemende interesse van de marketingwereld in sociale netwerken, zoals Foursquare en Gowalla, die gebruik maken van gsm’s zodat gebruikers kunnen inchecken in winkels of restaurants en hun vrienden zo onmiddellijk kunnen laten weten waar ze zich bevinden. Voorstanders van zulke diensten overdrijven graag door te beweren dat ze geld kunnen slaan uit advertenties, gericht op mensen die op het punt staan iets te kopen. Om deze buitensporige voorspellingen waar te maken, zullen sociale netwerken eerst nog enkele belangrijke obstakels moeten overwinnen.

Het idee van locatiegebaseerd netwerken vond onlangs aanhang bij een belangrijke naam in de wereld van sociale media, nl. Facebook. Deze sociale netwerkreus hield de vooruitgang van firma’s zoals Foursquare (dat 3 miljoen leden telt) al geruime tijd in de gaten. Nu komen ze op de markt met hun eigen dienst, Places, die momenteel enkel beschikbaar is voor Amerikaanse gebruikers van hun mobiele toepassing. Via Places kunnen zij hun Facebook-vrienden laten weten waar ze zich bevinden; de manier waarop dit gebeurt, kunt u vergelijken met het taggen van foto’s.

Verscheidene adverteerders hebben deze locatiegebaseerde sociale netwerken al uitgetest. PepsiCo, een multinational op het gebied van voeding en drank, verstuurt bijvoorbeeld elektronische badges naar de gsm’s van mensen die via Foursquare herhaaldelijk plaatsen bezoeken waar hun producten worden verkocht. Zo spelen ze in op de competitieve sfeer die deze splinternieuwe dienst stimuleert door mensen die een bepaalde locatie vaak bezoeken, te belonen met de ietwat belachelijke titel van burgemeester.

Volgens Bonin Bough, wereldwijd directeur van digitale en sociale media binnen PepsiCo, zijn de eerste ervaringen van het bedrijf met locatiegebaseerd netwerken alvast positief. Het experiment met Foursquare overtuigde mensen niet alleen om plaatsen te bezoeken waar producten van Pepsi worden verkocht, het bezorgde het bedrijf ook enkele nuttige data, zoals bijvoorbeeld het voetgangersverkeer rond winkels. Zo kunnen ze aangepaste promoties aanbieden. Ford en Starbucks gebruikten eveneens al locatiegebaseerde netwerken om meer klanten te lokken.

Er zijn echter ook verschillende redenen waarom vele marketingdeskundigen nog steeds een beetje twijfelachtig staan tegenover het investeren van grote sommen geld in sites zoals Foursquare. Ten eerste telt zelfs het grootste mobiele sociale netwerk slechts een paar miljoen leden, wat het al minder aantrekkelijk maakt. Vorige maand publiceerde onderzoeksbureau Forrester een rapport waaruit bleek dat amper 4% van de Amerikaanse volwassenen al ooit zo’n netwerk had gebruikt. Het aantal mensen dat er wekelijks meermaals gebruik van maakt, ligt dus nog veel lager. Kortom, u kunt een veel groter publiek bereiken met andere vormen van marketing, denk aan promoties via sms of advertenties voor mobiel zoeken.

Een tweede uitdaging voor locatiegebaseerde netwerken bestaat erin te vermijden dat techneuten hun systeem misbruiken. Op blogs vindt u een overvloed aan verhalen over nepburgemeesters en manieren om in te checken op plaatsen die u niet echt bezoekt. Foursquare en andere netwerken doen er alles aan om zulke praktijken tegen te gaan, maar dat is niet makkelijk. Dan is er nog de ingewikkelde privacykwestie. Als ze nog aanzienlijk willen groeien, zullen mobiele sociale netwerken hard moeten werken om mogelijke gebruikers ervan te overtuigen dat delicate informatie omtrent hun locaties beschermd wordt tegen inbrekers, enz.

Deze problemen beletten marketingspecialisten echter niet om nog meer experimenten uit te voeren. Jonathan Nelson, hoofd van reclamebureau Omnicom Digital, zegt bijvoorbeeld dat hij nog steeds probeert te achterhalen hoe je zulke netwerken het best kan gebruiken. In de toekomst zullen deze experimenten steeds vaker plaatsvinden op Facebook. Met meer dan 150 miljoen mobiele gebruikers, maken zij het meest kans om op korte tijd een enorme locatiegebaseerde dienst uit de grond te stampen. Maar net zoals zijn rivalen, zal ook Facebook nog moeten bewijzen dat Places wel degelijk resultaten kan boeken, dat blijft immers het belangrijkste doel van marketing.

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “Location-based social networks. Where are you? A tale of fake mayors and real deals” uit The Economist

Hoe u ceo wordt in 6 stappen

Wat is de sleutel tot een succesvolle carrière in het Belgische bedrijfsleven? Welke stappen kunt u best nemen om een geslaagd ceo te worden? Vacature heeft dit onderzocht. Op basis van 100 cv’s van actieve ceo’s in de grootste bedrijven in België. 6 opvallende trends.

1. Studeer Latijn
De helft van de onderzochte ceo’s studeerde ooit Latijn. Daarnaast opteerde een even grote groep voor de wetenschappen in het secundair onderwijs.

2. Studeer voor ingenieur, jurist of econoom
90% van de ceo’s ging naar de universiteit. Handelsingenieurs en TEW’ers vormen de grootste groep (33%) bij de universitaire diploma’s. Eén op vier (26%) ceo’s heeft een diploma burgerlijk ingenieur. Samen met de industrieel ingenieurs (4%) zijn de ingenieurs dus goed vertegenwoordigd aan de top van onze bedrijven (30%). Daarnaast vormen de juristen een derde grote groep (12%).

3. Haal een extra diploma, zoals een MBA
Zeven op de tien ceo’s studeerden na de universiteit verder. Ruim een derde deed er nog een of twee jaar bij, met financiën, marketing of fiscaliteit als meest populaire richtingen. Een ander derde behaalde een MBA-diploma. De Franse zakenschool Insead (Fontainebleau) blijkt het meest populair, gevolgd door de Vlerick Leuven Gent Management School en Solvay Business School (ULB/VUB). En één op tien haalde een doctoraat.

4. Start in een afdeling ‘financiën’ of ‘verkoop’:
Eén op drie ceo’s begon zijn carrière in verkoop & marketing, een ander derde in de financiële afdeling. Bijzonder weinig ceo’s startten in de productie of onderzoek & ontwikkeling.

5. Doe werkervaring op in het buitenland
De helft van de ceo’s deed ervaring op in het buitenland. Voor velen blijft dat ‘buitenland’ beperkt tot onze buurlanden. Een vierde (28%) trok naar landen zoals de Verenigde Staten, China of Maleisië.

6. Hop niet van job naar job
Ceo’s zijn geen jobhoppers: gemiddeld had een Belgische ceo drie werkgevers. Heel opvallend: 1 op 5 veranderde nooit van werkgever. Maar ze vervulden wel verschillende functies bij die ene werkgever.


Bron: persbericht van hoofdredactrice Marian Kin, Vacature

Sociale media vereisen een systematische aanpak

Als wij de conclusie lezen die John Jantsch schrijft op het einde van zijn e-book “Let’s Talk Social Media for Small Business Version Two”, kunnen ook wij enkel besluiten dat sociale media voor de KMO een systematische aanpak vereist en deel dient uit te maken van de marketingstrategie.

Veel nieuwkomers in de wereld van sociale media vinden het enorm moeilijk om de beste aanpak te bepalen van de – naar hun gevoel – eindeloze lijst van taken die ze krijgen voorgeschoteld.

Om volwaardig te kunnen deelnemen aan sociale media als onderdeel van je marketingstrategie, heb je discipline, routine en dagelijkse toewijding nodig. Daarnaast moet je er rekening mee houden dat sociale media ertoe dienen op lange termijn sterk te staan en diepere netwerken uit te bouwen. Je mag dus niet te snel winst verwachten.

Hieronder vind je een voorbeeld van een automatische routine, dat kan misschien van pas komen om te bepalen hoe je sociale media het best kan integreren in je algemeen marketingplan.

Tweemaal per dag

–          Twitter bekijken via TweetDeck met vooraf ingestelde zoektermen, reageren indien nodig en geschikte @replies volgen.

–          MyBlogLog vluchtig bekijken: deze site houdt me voortdurend op de hoogte van populaire links en real time veranderingen, waardoor ik onmiddellijk kan reageren.

–          Commentaren op mijn blog beantwoorden.

Dagelijks

–          Iets plaatsen op mijn blog: dit wordt geregistreerd door RSS, Twitter, Facebook en FriendFeed

–          Kijken of mijn volgers op Twitter relevante gesprekken voeren waaraan ik kan deelnemen.

–          Google Reader overlopen op zoek naar interessant leesvoer en nieuwe ideeën.

–          Favorieten op Google Reader delen: zij verschijnen dan op Facebook, waar je ook kan inschrijven.

–          Tweet plaatsen over blogpagina’s waarop ik geabonneerd ben.

–          Blogpagina’s die ik leuk vind van een bookmark voorzien (om met de rechtermuisknop dingen te posten, gebruik ik Firefox): dit wordt naar FriendFeed verzonden.

–          Via Stumble Upon boeiende blogs ontdekken: deze verschijnen dan ook op Facebook en FriendFeed.

–          Met Google Alerts nagaan of mijn naam, merk of producten in Google Reader of als RSS feed vermeld worden. Reageren indien nodig.

–          Mogelijk opmerkingen plaatsen bij blogs, meestal als antwoord. Hiervoor gebruik ik Google Reader en BackType.

Wekelijks

–          LinkedIn Questions bekijken en antwoorden wanneer nodig.

–          Delicious, Digg en Mixx Popular bezoeken en bookmarks selecteren op interessante ideeën en populaire onderwerpen.

–          Bewust gesprekken becommentariëren waaraan ik wil deelnemen, ik richt me hierbij op de populairste onderwerpen.

–          Meedoen aan één drukbezochte conversatie op Twitter: via search.Twitter.com kom ik in real time te weten welke gesprekken relevant zijn.

 Bedenk dus een systeem en volg dat dagelijks. Zo leer je begrijpen wat voor een cruciale rol sociale media kunnen spelen in je algemene marketingstrategie.

 Vrij vertaald door Anja De Grave naar “Let’s Talk Social Media for Small Business Version Two” van John Jantsch.