Video’s worden bron van inkomsten dankzij YouTube-advertenties

YouTube is de voorbije jaren wereldwijd  immens populair geworden, maar wie denkt dat deze site enkel nuttig is om grappige filmpjes te bekijken, heeft het bij het verkeerde eind. Tegenwoordig komt de videosite ook goed van pas in de reclamewereld. Claire Cain Miller vertelt u hierover meer in haar artikel “YouTube Ads Turn Videos Into Revenu”, dat werd gepubliceerd in The New York Times.

San Bruno, Californië – Vorige maand uploadde YouTube-gebruiker TomR35 een fragment uit de AMC-serie ‘Mad Men’, waarin Don Draper een oprechte speech afsteekt over het belang van nostalgie in reclame.

De meeste kijkers zullen het niet hebben gemerkt, maar dat fragment maakt ook iets duidelijk omtrent hedendaagse reclame: YouTube wordt steeds winstgevender voor adverteerders.

Vroeger had Lions Gate, het entertainmentbedrijf dat de rechten bezit over ‘Mad Men’, waarschijnlijk een verzoek ingediend om het fragment van TomR35 te verwijderen. Nu beslisten ze echter de video te laten staan; in ruil daarvoor voegde YouTube advertenties toe aan de video en deelden ze de opbrengst met Lions Gate.

Opvallend genoeg werden meer dan een derde van de wekelijks twee miljard bekeken YouTube-filmpjes met reclame – net zoals het fragment van TomR35 – geupload zonder de toestemming van de copyrightbezitter. Ze worden automatisch herkend door Content ID, het systeem dat YouTube gebruikt om filmpjes te scannen en te vergelijken met materiaal van de copyrightbezitters.

Die twee miljard video’s, wat volgens YouTube een stijging bedraagt van 50% t.o.v. vorig jaar, vormen slechts 14% van het totale aantal filmpjes dat wekelijks bekeken wordt op YouTube – dat trouwens werd overgenomen door Google. Toch is dit volgens analisten voldoende om YouTube dit jaar rendabel te maken.

Eric E. Schmidt, CEO van Google, zei in een interview dat YouTube een belangrijk deel uitmaakt van hun inkomsten uit display-advertenties, die trouwens de tweede bron van inkomsten vormen voor zijn bedrijf.

Het voorbije jaar leverde YouTube een beduidende bijdrage aan Google Inc. En dat juist nu Google – dat meer dan 90% van zijn inkomsten uit zoekadvertenties haalt – op zoek is naar een tweede bezigheid. Hoewel Google nog geen verslag uitbracht inzake de verdiensten van YouTube, suggereerden ze al dat de videosite neigt naar rendabiliteit. Analisten voorspellen dat YouTube dit jaar zo’n 450 miljoen dollar aan inkomsten zal binnenbrengen en dus winstgevend zal zijn. Volgens het bedrijf zijn de inkomsten van YouTube jaarlijks meer dan verdubbeld gedurende de voorbije drie jaar.

De relatie tussen YouTube en content ontwikkelaars verliep niet altijd zo vlot. Chris Maxcy, directeur van de YouTube-dienst ‘Content Partnerships’ beaamt dat YouTube veel tijd heeft besteed aan vergaderingen met advocaten n.a.v. schendingen van het auteursrecht.

“Zulke bijeenkomsten werden voor 90% bijgewoond door advocaten, terwijl de marketingmensen naar de achtergrond verdwenen. Nu ontvangen onze partners iedere maand hogere cheques en zijn er zo goed als geen advocaten meer aanwezig tijdens vergaderingen. De weinige advocaten die u er wel vindt, zijn handelsadvocaten die helpen bij het afronden van contracten.”

Deze verandering betekent ook voor Google een belangrijke ontwikkeling, aangezien zij YouTube in 2006 kochten voor 1,65 miljard dollar. YouTube speelde eerst de rol van Google’s losbandige zoon: ze spendeerden grote sommen aan het vergroten van hun bandbreedte en opslagruimte om alle mogelijke video’s te kunnen ondersteunen, maar verdienden zelf weinig.

Volgens Schmidt begon de rol van YouTube zo’n anderhalf jaar geleden – toen hij hen vroeg wat meer aandacht te besteden aan hun inkomsten – te veranderen.

Hun strategie bestond erin eerst voldoende gebruikers te verzamelen, vervolgens uit te zoeken welke tools tot de hoogste inkomsten zouden leiden en daarna content partners te contacteren. Schmidt denkt dat die fase nu is bereikt.

Salar Kamangar, vice-president van YouTube en medestichter van Google’s zoekadvertentieprogramma ‘AdWords’, begon te onderzoeken hoe er geld viel te verdienen in de videowereld.

Hij stelde dat YouTube Google de kans gaf een deel van de tv-reclamemarkt in handen te krijgen door video’s via een internetverbinding (of het internetprotocol zoals deskundigen dat noemen) rechtstreeks uit te zenden op tv. Advertenties zijn zo veel doeltreffender – want persoonlijker – dan wanneer ze via de kabel worden uitgezonden.

YouTube stelt momenteel verschillende soorten reclame ter beschikking, waaronder display-advertenties – zowel op de homepagina als op de videopagina’s, advertenties om filmpjes te promoten en advertenties die in het videoscherm zelf opduiken.

Toen iemand bijvoorbeeld ‘Not Afraid’ van Eminem uploade, verwijderde YouTube dat filmpje niet, maar voegde er advertenties aan toe die kijkers de mogelijkheid gaven het liedje of de ringtone te kopen. De inkomsten uit deze advertenties werden gedeeld met de copyrightbezitter.

“Google kwam tot het inzicht dat consumenten dagelijks verschillende media gebruiken”, zei Dave Marsey, vicepresident van de mediadienst bij online reclamebureau Digitas, “Zoeken maakt daar een belangrijk deel van uit, maar soms verkiest men entertainment of wil men een probleem oplossen. Dan is het logisch om een bezoekje te brengen aan YouTube.”

De content partners waarmee YouTube zijn inkomsten uit advertenties deelt, kunnen grote entertainmentbedrijven zijn zoals Lions Gate, maar ook amateurvideografen die een eigen achterban hebben opgebouwd. Honderden van zulke partners verdienen jaarlijks meer dan 100.000 dollar. Sommigen konden zelfs ontslag nemen bij hun dagdagelijks werk, denk maar aan Sal Khan, een voormalig hedgefondsmanager die nu educatieve filmpjes maakt i.v.m. wiskunde en wetenschappen.

De volgende uitdaging voor YouTube bestaat erin meer adverteerders aan te trekken door professionelere, long-form content aan te bieden naast filmpjes van kirrende baby’s en en verraste kittens. YouTube experimenteert momenteel met een verhuurdienst waarbij u per bekeken film moet betalen, maar ook met het uitzenden van live evenementen zoals concerten. Ook werd er onlangs een deal gesloten om op aanvraag Major League Baseball-wedstrijden te vertonen in Japan.

“Hulu, een website die opgericht werd door enkele tv-zenders om films te streamen en uit te zenden, verdient meer per stream dan YouTube doordat zij professionelere content aanbieden”, beweert Jordan Rohan, research analist op het gebied van internet en digitale media bij Stifel Nicolaus. “Qua streams en qua inkomsten is YouTube absoluut marktleider, maar slechts een laag percentage van hun inkomstenstroom kan verklaard worden door een hoog advertentiecijfer.”

YouTube moet zijn gebruikers volgen, nu ze steeds minder video’s bekijken via hun computer en steeds meer via kleine gsm-schermpjes of grote tv-schermen. YouTube wordt tegenwoordig dagelijks 160 miljoen keer bekeken via gsm’s, dat is bijna driemaal zoveel als vorig jaar. Later dit jaar komt Google op de proppen met Google TV, zodat mensen YouTube-filmpjes kunnen bekijken op televisietoestellen met een internetverbinding.

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “YouTube Ads Turn Videos Into Revenue” van Claire Cain Miller     gepubliceerd in The New York Times

Locatiegebaseerde sociale netwerken

Waar bent u?

Een verhaal over nepburgemeesters en echte deals

De gewone sociale netwerksites zijn intussen alom bekend. De technologie staat echter nooit stil en nu kunt u iedereen dus voortdurend laten weten waar u bent. Ook in de bedrijfswereld kunnen locatiegebaseerde netwerken goed van pas komen. In het artikel “Location-based social networks. Where are you? A tale of fake mayors and real deals”, dat verscheen in The Economist, vernemen we er alles over.

Volgens veteranen uit de marketingwereld draait alles om het bereiken van de juiste persoon op de juiste plaats en het juiste moment. Dat verklaart de toenemende interesse van de marketingwereld in sociale netwerken, zoals Foursquare en Gowalla, die gebruik maken van gsm’s zodat gebruikers kunnen inchecken in winkels of restaurants en hun vrienden zo onmiddellijk kunnen laten weten waar ze zich bevinden. Voorstanders van zulke diensten overdrijven graag door te beweren dat ze geld kunnen slaan uit advertenties, gericht op mensen die op het punt staan iets te kopen. Om deze buitensporige voorspellingen waar te maken, zullen sociale netwerken eerst nog enkele belangrijke obstakels moeten overwinnen.

Het idee van locatiegebaseerd netwerken vond onlangs aanhang bij een belangrijke naam in de wereld van sociale media, nl. Facebook. Deze sociale netwerkreus hield de vooruitgang van firma’s zoals Foursquare (dat 3 miljoen leden telt) al geruime tijd in de gaten. Nu komen ze op de markt met hun eigen dienst, Places, die momenteel enkel beschikbaar is voor Amerikaanse gebruikers van hun mobiele toepassing. Via Places kunnen zij hun Facebook-vrienden laten weten waar ze zich bevinden; de manier waarop dit gebeurt, kunt u vergelijken met het taggen van foto’s.

Verscheidene adverteerders hebben deze locatiegebaseerde sociale netwerken al uitgetest. PepsiCo, een multinational op het gebied van voeding en drank, verstuurt bijvoorbeeld elektronische badges naar de gsm’s van mensen die via Foursquare herhaaldelijk plaatsen bezoeken waar hun producten worden verkocht. Zo spelen ze in op de competitieve sfeer die deze splinternieuwe dienst stimuleert door mensen die een bepaalde locatie vaak bezoeken, te belonen met de ietwat belachelijke titel van burgemeester.

Volgens Bonin Bough, wereldwijd directeur van digitale en sociale media binnen PepsiCo, zijn de eerste ervaringen van het bedrijf met locatiegebaseerd netwerken alvast positief. Het experiment met Foursquare overtuigde mensen niet alleen om plaatsen te bezoeken waar producten van Pepsi worden verkocht, het bezorgde het bedrijf ook enkele nuttige data, zoals bijvoorbeeld het voetgangersverkeer rond winkels. Zo kunnen ze aangepaste promoties aanbieden. Ford en Starbucks gebruikten eveneens al locatiegebaseerde netwerken om meer klanten te lokken.

Er zijn echter ook verschillende redenen waarom vele marketingdeskundigen nog steeds een beetje twijfelachtig staan tegenover het investeren van grote sommen geld in sites zoals Foursquare. Ten eerste telt zelfs het grootste mobiele sociale netwerk slechts een paar miljoen leden, wat het al minder aantrekkelijk maakt. Vorige maand publiceerde onderzoeksbureau Forrester een rapport waaruit bleek dat amper 4% van de Amerikaanse volwassenen al ooit zo’n netwerk had gebruikt. Het aantal mensen dat er wekelijks meermaals gebruik van maakt, ligt dus nog veel lager. Kortom, u kunt een veel groter publiek bereiken met andere vormen van marketing, denk aan promoties via sms of advertenties voor mobiel zoeken.

Een tweede uitdaging voor locatiegebaseerde netwerken bestaat erin te vermijden dat techneuten hun systeem misbruiken. Op blogs vindt u een overvloed aan verhalen over nepburgemeesters en manieren om in te checken op plaatsen die u niet echt bezoekt. Foursquare en andere netwerken doen er alles aan om zulke praktijken tegen te gaan, maar dat is niet makkelijk. Dan is er nog de ingewikkelde privacykwestie. Als ze nog aanzienlijk willen groeien, zullen mobiele sociale netwerken hard moeten werken om mogelijke gebruikers ervan te overtuigen dat delicate informatie omtrent hun locaties beschermd wordt tegen inbrekers, enz.

Deze problemen beletten marketingspecialisten echter niet om nog meer experimenten uit te voeren. Jonathan Nelson, hoofd van reclamebureau Omnicom Digital, zegt bijvoorbeeld dat hij nog steeds probeert te achterhalen hoe je zulke netwerken het best kan gebruiken. In de toekomst zullen deze experimenten steeds vaker plaatsvinden op Facebook. Met meer dan 150 miljoen mobiele gebruikers, maken zij het meest kans om op korte tijd een enorme locatiegebaseerde dienst uit de grond te stampen. Maar net zoals zijn rivalen, zal ook Facebook nog moeten bewijzen dat Places wel degelijk resultaten kan boeken, dat blijft immers het belangrijkste doel van marketing.

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “Location-based social networks. Where are you? A tale of fake mayors and real deals” uit The Economist

Hoe reageren als uw merk wordt aangevallen door sociale media?

Er werd al veel geschreven over sociale media, meestal in de positieve zin. Toch hebben sociale netwerksites ook enkele negatieve kanten. Stephanie Marcus schreef daarover een interessant artikel, waaruit we heel wat kunnen bijleren. We wilden het u dan ook niet onthouden.

Hoewel reclamemensen steeds de loftrompet steken over sociale media, moeten ze zich er van bewust blijven dat iedere medaille een keerzijde heeft. Gratis marketing, reclame en merkpromotie via Facebook, Twitter, Foursquare, enz kan u dan wel helpen een imago op te bouwen en de relatie met uw klanten te onderhouden, het kan zich evengoed tegen uw merk keren.

Sociale media kunnen om verschillende redenen heel wat ellende veroorzaken. Ten eerste kan uw bedrijf zelf in de fout gaan. U kunt – mogelijk onopzettelijk –  een fout maken, waardoor eerst slechts  één persoon begint te klagen, maar dan massaal door anderen wordt bijgetreden. Eén foutje kan er dus al voor zorgen dat sociale media zich tegen u keren.

Niemand is perfect en u kunt nooit iedereen tevreden stellen; het is dus aan te raden om voortdurend voorbereid te zijn op situaties waarin uw bedrijf onder vuur komt te liggen in sociale media. Hieronder vindt u drie voorbeelden van ondernemingen die werden aangevallen via sociale media en hoe ze dat hebben aangepakt (of hoe ze die toestand hadden moeten aanpakken). Leer van hun fouten of successen, zodat u zelf op een goed blaadje blijft staan bij sociale media.

1. Ann Taylor

De voorbije julimaand plaatste LOFT, een merk van Ann Taylor Inc., foto’s op Facebook van een lang, blond model in een zijden cargobroek. Er was ook een link voorzien om die nieuwste LOFT broek te kopen.

Wat er toen gebeurde, is een perfect voorbeeld van sociale media die zich tegen u keren en dit  terwijl u eigenlijk niks verkeerd of abnormaal hebt gedaan. Fans van het merk vonden de broek wel mooi bij het model passen, maar ze klaagden dat de broek niet echt flatterend zou zijn voor kleinere mensen die niet graatmager zijn.

Daarom vroegen ze aan LOFT om te bewijzen dat ook echte vrouwen er goed konden uitzien in die broek. De volgende dag al plaatste LOFT nieuwe foto’s op Facebook van hun eigen personeel in de cargobroek. De kledingmaat van deze “echte” vrouwen, die werkten in de verschillende bedrijfsafdelingen van LOFT, schommelde tussen 36 en 46 en hun lengte varieerde tussen 1m60 en 1m78.

Wat kunnen we leren van Ann Taylor?

Ann Taylor heeft ons getoond hoe we een mogelijke dreiging via sociale media kunnen omvormen tot een opportuniteit. Het bedrijf slaagde erin de aanval tegen te houden voor alles uit de hand liep. De klanten hadden een rechtstreekse en terechte klacht over een product en de manier waarop dat product werd voorgesteld. Ann Taylor had niet beter kunnen reageren: ze bleven kalm, luisterden naar de commentaar, hielden rekening met die opmerkingen en kwamen toen met een vernuftige  oplossing voor de dag.

Door het verzoek van hun fans in te willigen om vrouwen met verschillende maten de broek te laten aanprijzen, bewees het bedrijf dat ze echt belang hechten aan de mening van hun klanten, maar toch achter hun product blijven staan. Kortom, Ann Taylor haalde een dubbele overwinning binnen: ze verwierven meer steun van hun cliënteel en ze vermeden een mogelijke ramp.

2. Southwest Airlines

Vorige februari verzocht Southwest Airlines regisseur Kevin Smith een vliegtuig richting San Francisco te verlaten omdat hij te dik was. Smith paste blijkbaar niet tussen twee armleuningen en zou dus een extra stoel moeten betalen. Hij vloog echter standby en het vliegtuig was volzet, waardoor hij geen extra stoel kon boeken. Daarom werd hem gevraagd het vliegtuig te verlaten, in ruil voor een bon van 100 dollar. Maar daarmee was de kous nog niet af. Hoewel het nogal verrassend is dat Southwest Airlines alle klanten gelijk behandelt – ongeacht hun bekendheid – was het misschien niet zo’n goed idee om iemand met 1,6 miljoen volgers op Twitter te ergeren.

Smith verklaarde dat hij helemaal niet te dik was en dus geen veiligheidsrisico vormde, zoals Southwest Airlines beweerde, en veroorzaakte via Twitter een sociale mediaramp. Volgens Position², een marketingbedrijf dat gespecialiseerd is in zoekmachines en sociale media, werd het voorval op zes dagen tijd 3043 keer vermeld in blogs, 5133 keer op fora en 15528 keer via Twitter.

Ook Southwest Airlines reageerde snel, amper 16 minuten na Smith’s eerste tweet, antwoordden ze al “@ThatKevinSmith hey Kevin! Sorry voor het incident vanavond! Ik hoop dat we het kunnen goedmaken, volg me a.u.b. zodat ik u een rechtstreeks bericht kan sturen!”

Hiermee kwam echter nog steeds geen einde aan Smith’s tirade (hij bleef gemiddeld zo’n zes tweets versturen per reactie van de luchtvaartmaatschappij). Hier werd pas een punt achter gezet  toen Southwest het hele verhaal, inclusief een fragment uit een later gesprek met Smith, omtrent wat er gebeurd was op het vliegtuig, de verklaring daarvoor en een verontschuldiging online zette.

Wat kunnen we leren van Southwest Airlines?

Southwest Airlines had een plan; dat is nodig wanneer u niet volledig wil afgemaakt worden in sociale media. Ze hielden hun online reputatie in de gaten, ontdekten snel dat er een probleem op komst was en reageerden vlug en vriendelijk.

Daardoor ontvingen ze via hun eigen blog veel sympathieke reacties. Het bedrijf verontschuldigde zich niet alleen, het bood ook een terugbetaling aan om de vernedering van de klant te vergoeden. Daarnaast maakten ze van de situatie gebruik om hun ‘twee stoelen voor zwaardere klanten’-beleid meer bekendheid te geven, zodat mensen begrijpen waardoor het incident in eerste instantie veroorzaakt werd.

Wees dus alert, controleer uw aanwezigheid op sociale mediasites en stel een plan op om mogelijke problemen te verhelpen. Snel reageren bespaarde Southwest Airlines heel wat tijd en inspanningen.

3. Pretzel Crisps

Begin augustus lanceerde Pretzel Crisps in New York City een reclamecampagne met vier slogans, waaronder “U kan nooit te dun zijn.” Deze slogan sierde vele bushokjes en reclameborden, waardoor hij uiteindelijk – door een online geplaatste foto – ook de aandacht trok van de blogwereld.

Zo kwam de foto terecht op vrouwenblog Jezebel, en dit ontlokte heel wat afkeurende commentaren, tweets en video’s van andere bloggers. Ik was zelf één van de mensen die hun ontevredenheid inzake deze campagne uitten want de slogan werd immers op pro-anorexiasites gebruikt als zogenaamde thinspiration (inspiratie om steeds dunner te worden). Het bedrijf werd er daarom van beschuldigd ongezond gewichtsverlies te promoten.

Eerst reageerde het bedrijf via Twitter dat ”dun“ gewoonweg een goed woord is om de vorm van hun product te omschrijven. Toen de verontwaardiging hoger bleef oplopen, ging de marketingdirecteur in gesprek met bloggers en legde uit dat Pretzel Crisps een kleine onderneming is, die alleen maar een campagne wou lanceren die voldoende zou opvallen. Ondertussen ging er al een video de ronde waarin een New Yorker de advertentie bestempelde als schandalig en harde feiten opsomde omtrent eetstoornissen.

Diezelfde dag nog verzond Pretzel Crisps een e-mail naar de bloggers om hen te bedanken voor hun feedback. Ook lieten ze via Twitter weten dat ze helemaal geen ongezond gewichtsverlies in de hand wilden werken met hun reclame en beloofden de advertenties onmiddellijk weg te halen.

De blogwereld was eerst verheugd omdat ze eindelijk iets hadden verwezenlijkt, maar ontdekten al snel dat Pretzel Crisps de omstreden campagne had vervangen door een toespeling op een andere pro-anorexiaslogan “Smaakt zo lekker als dun zijn voelt”.

Dat lokte natuurlijk opnieuw woede uit onder de bloggers. Dit keer kregen ze echter als reactie: “Tijdens mijn gesprekken met enkele bloggers, vermeldde ik al dat “U kan nooit te dun zijn” slechts één van de vier slogans was die we over de stad hadden verspreid. Men had alleen commentaar op die ene advertentie en dus besloten we die te vervangen door één van de overige drie.”

De campagne heeft voorlopig nog niet veel resultaat geboekt en vele bloggers zijn het erover eens dat het bedrijf mensen vooral kwaad wou maken om zo gratis publiciteit te krijgen. Maar kan men  tweets zoals “Proficiat, u hebt uw product in mijn ogen voorgoed verknoeid dankzij uw pro-anorexia slogans. “ Jammer voor jullie, want ik was vroeger gek op Pretzel Crisps!” en “Hoe kunnen jullie de slaap nog vatten? “Hoe je het ook probeert te rechtvaardigen, jullie zetten aan tot eetstoornissen.” nog aanzien als goede gratis publiciteit? 

Een week later besloot het bedrijf dan toch om alle controversiële advertenties weg te halen.

Wat kunnen we leren van Pretzel Crisps?

Ondanks alles heeft Pretzel Crisps de aanval op hun product fantastisch aangepakt. Ze beantwoordden klachten op Twitter rechtstreeks en persoonlijk en stelden zich beschikbaar voor interviews.

Ze lichtten hun redenering toe en luisterden naar de reacties van de bloggers. Ze namen hun verantwoordelijkheid, boden hun excuses aan en losten het probleem vervolgens vlug op.

Maar dan gingen ze in de fout: ze logen en weigerden in te zien dat hun nieuwe slogan even aanstootgevend was als de eerste. Het bedrijf beweerde dat ze geen negatieve reacties kregen op de andere advertentieslogans, een regelrechte leugen dus.

Als u uw integriteit wilt behouden, moet u eerlijk en open zijn. Indien u dat niet bent, zullen uw klanten niks meer met u te maken willen hebben. Eerlijkheid is altijd de beste aanpak. Uw bedrijf moet transparant te werk gaan, advies van klanten opvolgen en beseffen wanneer het tijd is om de handdoek in de ring te gooien.

Deze drie voorbeelden verduidelijken hoe uw merk (wel of niet) moet omgaan met sociale media. Als u nog andere tips hebt, kunt u die hieronder plaatsen.

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “How to respond when social media attacks your brand” van Stephanie Marcus

 

 

 

Inchecken in de entertainmentwereld

De meesten onder ons kennen ongetwijfeld de sociale netwerksites Facebook en Twitter. Hierop kan je aan al je connecties melden wat je momenteel aan het doen bent. Deze vorm van communiceren is erg populair, en de mogelijkheden groeien dagelijks. Sinds kort  kan je via een aantal check-indiensten melden naar welk tv-programma je kijkt.

Deze check-ins zijn niet louter informatief, ze kunnen ook gebruikt worden voor commerciële doeleinden. Dit zal ongetwijfeld een impact hebben op de manier waarop mediacentrales in de toekomst zullen dienen om te gaan met televisiereclame.

De verschillende diensten en hun mogelijkheden nemen we hieronder over uit  “5 Huge Trends in Social Media Right Now” van Jennifer Van Grove. Vrij vertaald door Anja De Grave

We hebben al besproken waarom entertainment aan de basis zal liggen van de volgende check-ingekte. Ook kwamen er al drie groeiende startups – Philo, Miso en GetGlue – aan bod, die deze trend aan het grote publiek willen voorstellen.

Er bestaan nog enkele diensten in dezelfde trant, die zeker het vernoemen waard zijn. CBS lanceerde onlangs een eigen entertainment check-indienst, genaamd TV.com Relay. Het is een browsergebaseerde gsm-toepassing, geschikt voor de meeste smartphones, die het gebruikers mogelijk maakt om in te checken in live tv-shows. Deze toepassing gebruikt dezelfde tv-gidsindeling als Philo.

Het aanbod van CBS ziet er goed uit en heeft dezelfde kenmerken als de eerder genoemde toepassingen. Het blinkt bovendien uit in real-time commentaren. Een gesprek met Anthony Soohoo, vice-voorzitter en algemeen directeur van CBS Interactive’s afdeling Entertainment en Lifestyle, maakte duidelijk dat de visie achter TV.com Relay veel verder reikt dan entertainment check-ins. Soohoo benadrukte dat de toepassing, die slechts enkele weken oud is, al door 100.000 mensen gebruikt worden, dankzij TV.com’s vaste publiek.

Een andere gsm- en internetdienst voor tv check-ins, heet Tunerfish. Deze wordt gesteund door Comcast en werkt samen met netwerken zoals HBO, Showtime en NBC. Gebruikers van deze toepassing beantwoorden de vraag “Naar wat ben je aan het kijken?” door de naam van een show of film in te typen en vervolgens de knop “I’m watching” in te drukken. Tunerfish voorziet ook gedragsimpulsen in de vorm van awards en stelt momenteel alles in het werk om awards te kunnen aanbieden die verbonden zijn met een bepaalde show en gesponsord worden door het netwerk.

Dan heb je nog Clicker Social, een relatief nieuwe toevoeging aan Clicker die de tv-zoekmachine en online tv-gids omvormde tot een entertainment check-indienst.

Deze versie van de check-in is een ideale manier om entertainmentgebruikers op de hoogte te houden van informatie waarvoor ze zich interesseren, de sociale ervaring rond televisie te verruimen en mogelijk een nieuw publiek ertoe aan te zetten populaire shows of programma’s die aanbevolen werden door vrienden, te bekijken. De gigantische concurrentie op dit gebied wijst er alleen maar op dat het nog maar pas interessant begint te worden.

Alle diensten moeten nog verder evolueren, zodat mensen echt waarde gaan hechten aan check-ins. Ze beamen allemaal dat awards, badges en stickers gemakkelijke manieren zijn om nieuwe gebruikers te strikken, maar deze tactieken blijven toch zeer oppervlakkig wat betreft klantenbinding. Er staan de komende maanden nog heel wat veranderingen op het programma. Miso gaat bijvoorbeeld nog meer exclusieve, show-specifieke informatie aanbieden via fanclubs en GetGlue gaat de experimentele toer op door hun gebruikers de kans te geven Glue-punten in te ruilen voor kortingsbonnen.

Bron:  “5 Huge Trends in Social Media Right Now” van Jennifer Van Grove. Vrij vertaald door Anja De Grave

Sociale media vereisen een systematische aanpak

Als wij de conclusie lezen die John Jantsch schrijft op het einde van zijn e-book “Let’s Talk Social Media for Small Business Version Two”, kunnen ook wij enkel besluiten dat sociale media voor de KMO een systematische aanpak vereist en deel dient uit te maken van de marketingstrategie.

Veel nieuwkomers in de wereld van sociale media vinden het enorm moeilijk om de beste aanpak te bepalen van de – naar hun gevoel – eindeloze lijst van taken die ze krijgen voorgeschoteld.

Om volwaardig te kunnen deelnemen aan sociale media als onderdeel van je marketingstrategie, heb je discipline, routine en dagelijkse toewijding nodig. Daarnaast moet je er rekening mee houden dat sociale media ertoe dienen op lange termijn sterk te staan en diepere netwerken uit te bouwen. Je mag dus niet te snel winst verwachten.

Hieronder vind je een voorbeeld van een automatische routine, dat kan misschien van pas komen om te bepalen hoe je sociale media het best kan integreren in je algemeen marketingplan.

Tweemaal per dag

–          Twitter bekijken via TweetDeck met vooraf ingestelde zoektermen, reageren indien nodig en geschikte @replies volgen.

–          MyBlogLog vluchtig bekijken: deze site houdt me voortdurend op de hoogte van populaire links en real time veranderingen, waardoor ik onmiddellijk kan reageren.

–          Commentaren op mijn blog beantwoorden.

Dagelijks

–          Iets plaatsen op mijn blog: dit wordt geregistreerd door RSS, Twitter, Facebook en FriendFeed

–          Kijken of mijn volgers op Twitter relevante gesprekken voeren waaraan ik kan deelnemen.

–          Google Reader overlopen op zoek naar interessant leesvoer en nieuwe ideeën.

–          Favorieten op Google Reader delen: zij verschijnen dan op Facebook, waar je ook kan inschrijven.

–          Tweet plaatsen over blogpagina’s waarop ik geabonneerd ben.

–          Blogpagina’s die ik leuk vind van een bookmark voorzien (om met de rechtermuisknop dingen te posten, gebruik ik Firefox): dit wordt naar FriendFeed verzonden.

–          Via Stumble Upon boeiende blogs ontdekken: deze verschijnen dan ook op Facebook en FriendFeed.

–          Met Google Alerts nagaan of mijn naam, merk of producten in Google Reader of als RSS feed vermeld worden. Reageren indien nodig.

–          Mogelijk opmerkingen plaatsen bij blogs, meestal als antwoord. Hiervoor gebruik ik Google Reader en BackType.

Wekelijks

–          LinkedIn Questions bekijken en antwoorden wanneer nodig.

–          Delicious, Digg en Mixx Popular bezoeken en bookmarks selecteren op interessante ideeën en populaire onderwerpen.

–          Bewust gesprekken becommentariëren waaraan ik wil deelnemen, ik richt me hierbij op de populairste onderwerpen.

–          Meedoen aan één drukbezochte conversatie op Twitter: via search.Twitter.com kom ik in real time te weten welke gesprekken relevant zijn.

 Bedenk dus een systeem en volg dat dagelijks. Zo leer je begrijpen wat voor een cruciale rol sociale media kunnen spelen in je algemene marketingstrategie.

 Vrij vertaald door Anja De Grave naar “Let’s Talk Social Media for Small Business Version Two” van John Jantsch.

5 tips om meer uit LinkedIn te halen

In zijn e-book “Let’s Talk Social Media for Small Business” belicht John Jantsch o.m. de mogelijkheden van LinkedIn en somt 5 adviezen op om meer te kunnen halen uit deze sociale netwerksite.

Tegenwoordig wordt vaak de vraag gesteld: “Welke sociale netwerksite is de beste?” Meestal antwoord ik daarop: “De site die je helpt je marketingdoeleinden te verwezenlijken.” Vele sites zijn daarvoor handig, maar allemaal om een verschillende reden.

LinkedIn: op sommige vlakken vind ik LinkedIn echt goed. Naar mijn mening heeft het zich altijd toegespitst op de meer dienstverlenende zakenlui, maar het is evengoed nuttig voor de merkoptimalisering die alle ondernemingen nodig hebben. Ik adviseer bedrijfsleiders om op zoek te gaan naar de sociale netwerksite die het best beantwoordt aan hun doelstellingen en zich daarin volledig onder te dompelen, maar –  in eerste instantie –  ook voldoende aandacht te blijven besteden aan andere sociale netwerken. Enkel door je 100% te richten op één netwerk, zoals LinkedIn, kan je aan stootkracht winnen. Daarvoor is natuurlijk een consequente werkwijze en toewijding nodig.

Hieronder vindt u dus vijf tips om meer resultaat te halen uit LinkedIn:

Je profiel

Dit kan een belangrijk voordeel vormen voor je merk, dus verspil het niet. Zorg voor een informatief profiel dat makkelijk te doorzoeken is.

–         Voeg een foto toe: er is geen enkele reden om het standaardicoontje te behouden.

–         Kies voor een URL-adres dat je merknaam vermeldt: je kan dit instellen wanneer je profielaanpassingen maakt.

–         Gebruik links met ankertekst: via het tabblad ‘other’ kan je een ankertekst toevoegen aan links naar je blog, producten, workshops, enz.

–         Vertel genoeg over jezelf: Gebruik ‘summary’ om jezelf op boeiende wijze voor te stellen en voeg voldoende sleutelwoorden toe aan het deel ‘specialty’.

–         Blijf actief: het is de bedoeling om je status op LinkedIn regelmatig bij te werken, vergelijkbaar met Facebook en Twitter dus.

–         Plaats zoveel mogelijk links naar je profiel: dit kan o.a. in je e-mailhandtekening of op andere webpagina’s. Merkoptimalisering is geen eenrichtingsverkeer.

Geef om te krijgen

Wanneer mensen profielpagina’s bekijken, is het onderdeel ‘recommendations’ één van de meest opvallende features. Deze komen misschien een beetje melig over, maar wanneer ze ontbreken, kan dat een concurrentieel nadeel zijn. Het is dus belangrijk om enkele aanbevelingen te verwerven en ik heb al ondervonden dat zelf aanbevelingen geven daartoe de beste aanpak is. Kies dus mensen uit je netwerk waarmee je al hebt samengewerkt en schrijf voor hen een eerlijke aanbeveling. Dan mag het niet als een verrassing komen als je zelf ook aanbevolen wordt.

Toon wat je in huis hebt

De functie ‘Question and Answer’ is volgens mij een ondergewaardeerde feature van LinkedIn. Bedachtzaam vragen beantwoorden, getuigt van een zekere expertise en effent de weg om nieuwe contacten te leggen, die aangetrokken werden door je kennis. Het is dus enorm belangrijk om goed over je antwoorden na te denken. LinkedIn beschikt zelfs over een soort rangsysteem om degenen die de beste antwoorden geven te belonen met wat extra publiciteit.

Het tweede deel van deze tip bestaat erin ook weloverwogen vragen te stellen. Hierdoor kan je niet alleen nuttige informatie bekomen, het kan ook leiden tot gesprekken, discussies en deals met gelijkgezinden.

Leid een groep

Iedereen kan via LinkedIn een groep opstarten, discussies leiden en netwerken omtrent bepaalde onderwerpen of interesses. Als je deze tip in de praktijk omzet en genoeg aandacht besteedt aan een eigen groep, kan dat je invloed binnen je netwerk vergroten. Groepen zijn trouwens toegankelijk voor alle leden van LinkedIn, wat volgens sommigen de grootste troef is om een netwerk uit te bouwen. Een groep oprichten rond een gevestigde merknaam is een fantastische manier om gebruikers en klanten samen te brengen.

Hergebruik informatie

Aangezien andere gebruikers van LinkedIn enkel via dat medium met je merk verbonden zijn, is het een goed idee om je profielpagina van voldoende informatie te voorzien. LinkedIn stelt hiervoor enkele handige toepassingen ter beschikking.

–         Blog Link: toont je recente blog posts op je profielpagina

–         Box.net: maakt links mogelijk naar bestanden zoals CV’s en marketingplannen

–         SlideShare: bevat diavoorstellingen en demonstraties

–         Company Buzz: gaat via Twitter op zoek naar vermeldingen van je merk of andere onderwerpen waarvoor je ingeschreven bent.

Bron: “Let’s Talk Social Media for Small Business” van John Jantsch – vertaling door Anja De Grave

5 tips om meer uit Facebook te halen

Facebook is meer dan een database met profielpagina’s. Het is een sociaal netwerk waarbij je ook als bedrijf voordeel uit kunt halen. Er zijn veel manieren om in the picture te komen via Facebook.  In zijn e-book “Let’s Talk Social Media for Small Business” belicht John Jantsch de mogelijkheden. 

1. Fanpagina.

Al vanaf het begin bestaan er persoonlijke profielen en groepen, maar sinds een paar maanden werd de fanpagina-functie aangepast ten voordele van de bedrijfswereld. Iedere onderneming zou een fanpagina op Facebook moeten aanmaken en de inhoud daarvan zo veel mogelijk perfectioneren. Het leuke van die fanpagina’s is dat je ze nu kan vergelijken met het beheer van een gewone website. Je kan er toepassingen, inschrijvingsformulieren voor nieuwsbrieven, evenementen,… aan toevoegen en ze aanprijzen bij je Facebook-vrienden. Je updates verschijnen ook op de prikborden van je fans waardoor je nog meer bekendheid vergaart.

2. Aangepaste HTML.

Deze functie is iets meer technisch georiënteerd maar wanneer je een fanpagina aanmaakt, bevat deze steeds verschillende tabbladen met elk een specifieke inhoud (elk tabblad heeft een eigen URL-adres, dus je kan elk deel van je fanpagina promoten op het internet). Door de eigen opmaaktaal van Facebook, nl. Facebook Mark-Up Language (FBML) te gebruiken, kan je aangepaste box pages ontwerpen met HTML-inhoud zoals inschrijvingsformulieren voor nieuwsbrieven, RSS-feeds voor blogs en gedownloade bestanden. Het is dus vergelijkbaar met een eigen website.

3. Speciale inhoud.

Geef je Facebook-fans een extraatje dat ze niet kunnen vinden op je blog of website. Upload afbeeldingen uit je PowerPoint-presentaties, artikels uit lokale bladen waar je aan meewerkt of spontane video’s die je gemaakt hebt met de videotoepassing van Facebook. Je kan een gedeeltelijke overlapping met andere sociale netwerksites zoals Twitter niet vermijden dus het is belangrijk om de Facebook-gebruikers toch iets unieks te geven. Ik weet dat sommige mensen nogal sceptisch staan tegenover het hergebruiken van Twitterboodschappen op Facebook, maar voor mij is dat geen enkel probleem. Mensen vertellen me regelmatig dat ze Facebook verkiezen boven Twitter en op die manier blijven ook zij op de hoogte van updates.

4. Evenementen, video’s en andere toepassingen.

Wees niet bang om zo veel mogelijk Facebook-toepassingen te gebruiken. Maak reclame voor evenementen, neem beeldmateriaal op, upload video’s, organiseer wedstrijden en polls. Aan de hand van de ingebouwde tools, is dit alles helemaal niet moeilijk. Vergeet ook niet je Facebook-activiteiten te koppelen aan je eigen website en blog d.m.v. een Facebook Fan Box, hier vindt u de link naar deze tool.

5. Advertenties.

Facebook stelt één van de beste advertentietools ter beschikking die momenteel te vinden zijn. Je kan advertenties richten op bepaalde leden o.b.v. allerlei criteria. Bovendien blijven de campagnekosten redelijk laag. Boeiende reclame maken en je Facebook-fanpagina aanbevelen is belangrijker dan iets proberen te verkopen. Promoot je witboek, evenementen en educatieve inhoud want eens het publiek zich bewust wordt van de kwaliteit die je biedt, krijg je de kans het vertrouwen te winnen dat nodig is om iets te kunnen verkopen.

Bron: “Let’s Talk Social Media for Small Business” van John Jantsch – vertaling door Anja De Grave

Hoe zou het nog zijn met de Hollywood letters ?

Presentatie over monitoring tools voor social media

Diy-Guide In Social Media Monitoring Part1