Gratis is niet altijd goedkoop. #luxevooriedereen

Een @Ingridlieten doen, een @Yleterme doen, een @lidlbelgium doen. Tot gisteren dacht iedereen bij dit laatste nog gewoon aan een of andere goedkope 1 +1 gratis actie zolang de voorraad strekt van deze Duitse discountketen.

Daar heeft de actie #luxevooriedereen  anders over beslist. In zijn alom bekende en goedkoop overkomende stijl beloofde Lidl gisteren (maandag)  5 voedselpakketten ter waarde van 20 euro weg te geven aan de voedselbanken per twitterbericht met de hashtag “luxevooriedereen”. Goed gevonden en bedacht, vooral omdat ze hiermee de  slogan waarmee ze hun eindejaarsproducten aan de man proberen te brengen extra in de verf kunnen zetten. En dan nog gratis, voor niks. Want twitter, dat kost toch geen geld. Of beter gezegd. Voor Lidl mag dat geen geld kosten.

Een mooi staaltje van geklungel waar de Social Media experten en alle would-be’s uit die sector volgaarne hun tanden zullen inzetten. Het is screenshots maken geblazen, want voor je het goed en wel beseft, is deze storm ook al weer voorbijgeraasd ten koste van alweer een andere communicatieblunder.

Dat onze minister voor innovatie al eens een mail durft sturen naar een verkeerde bestemmeling, heeft al eens de krantenkoppen gehaald. Maar dat een marketingdienst een twitterbericht verstuurt, naar mediafiguren? Nou moe.

Je zult maar cum laude afgestudeerd zijn als Master Pol & Soc en dan in het begin van je carrière zoiets meemaken. Geen sinecure voor Pieterjan Rynwalt om te proberen de meubelen te redden.

Bij het groeiend succes van het e-mailverkeer circuleerden er destijds al mails waarin gesteld werd dat Bill Gates zijn fortuin wou verdelen. Iedereen die de mail doorstuurde, zou op die manier rijk kunnen worden. “For every person that you forward this e-mail to, Microsoft will pay you $5.00, for every person that you sent it to that forwards it on, Microsoft will pay you $3.00 and for every third person that receives it, you will be paid $1.00.” Remember ? En iedereen zijn brievenbus maar in de gaten houden en wachten op de cheque die nooit toekwam. Een hoax noemen ze dat, een die ondertussen is uitgegroeid tot een urban legend zelfs.

Intussen weet iedereen wat hem of haar te doen staat als zo’n mail nu en dan nog eens opduikt.

Ik vond het wat tegenvallen. De goedgelovigheid van de twittergemeenschap, die toch te boek staat als kritisch. Om zomaar #luxevooriedereen te retweeten zonder enige bedenking te ventileren dat Lidl wellicht zijn verplichting niet zou kunnen nakomen. Maar daar zal nu verandering in komen.

@LidlBelgium  had het effect van zijn eerste tweet  – de teller staat momenteel op 6 – wellicht anders ingeschat. Het amateuristisch niveau zal alvast zijn sporen nalaten. Welk merk zal op korte of lange termijn nog (durven) uitpakken met een (gelijkaardige) actie op twitter? Wie zal zich de volgende keer op twitter opnieuw durven belachelijk maken naar zijn vele volgers ?

Twitteraars tweeten graag, maar retweeten even graag omdat ze weten dat hun followers iets aan hun (re)tweets hebben. Als alle misnoegde twitteraars nu de hashtag luxevooriedereen gaan gebruiken om hun ongenoegen te uiten, weten we nu al welke hashtag tegen het einde van de dag trending zal zijn. Maar dat is stof voor @bvlg

Back to Lidl. Zal de discountketen er zomaar vanaf komen? Een woord is een woord. En beloofd is beloofd. Een mens zou zowaar terug verlangen naar de tijd dat Ivo Mechels van Test Aankoop niet van de beeldbuis weg te slaan was. Me dunkt moet Lidl steeds voldoende goederen in huis halen in verhouding tot zijn actie, of geldt dit niet omdat het hier gaat om (eenouder)gezinnen die in armoede leven?

 

Nochtans is twitter inzetten ‘voor het goede doel’ geen probleem. Dat heeft Music for Life vorig jaar al bewezen. Zolang je niet alleen een goed maar ook een meetbaar doel voor ogen hebt. Had Lidl van zijn eerste tweet een uitdaging – challenge in het vakjargon – gemaakt als “Wanneer dit bericht 1000 keer geretweet wordt, schenken we 1.000 voedselpaketten weg” waren ze er (nog) goedkoper vanaf gekomen, en waren ze sympathiek uit de hoek gekomen.

En ja, de kritische twittergemeenschap had dit ook volgaarne geretweet, want twitteraars zijn niet alleen kritisch maar ook zeer sociaal.

En tot slot. Mocht er een of andere marketingverantwoordelijke meelezen. Een lezing bijwonen van @bnox of het boek van @stevenVBe lezen of even bellen met @jcaudron  kan je een hoop ellende besparen. Vraag het maar aan Pieterjan Rynwaldt.

Personeelsadvertenties in 2010 gedaald met 13,7 %

Het aantal personeelsadvertenties in Nederland is in 2010 gedaald met 13,7 procent ten opzichte van 2009. In totaal werden er vorig jaar bijna 570.000 advertenties geplaatst. Alleen in augustus 2010 werden er meer personeelsadvertenties geplaatst dan in dezelfde maand in 2009. In het laatste kwartaal van 2010 bedroeg de daling van het aantal personeelsadvertenties 4,5 procent. Die daling is fors lager dan aan het begin van 2010. Dit blijkt uit cijfers van Nielsen.

Nielsen registreert de personeelsadvertenties in meer dan duizend Nederlandse media waaronder de landelijke, regionale en gratis dagbladen, vak- en managementbladen en de belangrijkste vacaturesites.

Het laatste kwartaal van 2010 is het zesde kwartaal op rij waarin de daling van het aantal personeelsadvertenties afnam. In het eerste kwartaal van 2010 bedroeg de daling 27,2 procent, in het tweede kwartaal was dit terug gelopen tot 12,9 procent, het derde kwartaal noteerde een daling van 5,1 procent en het jaar werd afgesloten met 4,6 procent minder geplaatste personeelsadvertenties dan in dezelfde periode in 2009.

Werkloosheid
In december is de werkloosheid voor de tiende maand op rij gedaald. Het werkloosheidspercentage is in 2010 uitgekomen op 5,4 procent van de totale werkzame beroepsbevolking. Na de top in februari is het aantal werklozen met gemiddeld 5.000 per maand afgenomen. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.

Per mediumtype
Van de in totaal bijna 570.000 geregistreerde personeelsadvertenties in 2010, werden er ruim 520.000 geplaatst op internet (-11,9 procent), ruim 32.000 werden er in dagbladen geplaatst (-19,3 procent) en bijna 12.000 in vak- en managementbladen (-45,4 procent). Verder werden er bijna 4.000 personeelsadvertenties geplaatst in overige mediumtypen1.

Per maand

Sinds januari 2010 nam de daling van het aantal personeelsadvertenties iedere maand af, tot er in augustus meer personeelsadvertenties geplaatst werden dan in dezelfde periode een jaar eerder. Deze positieve lijn werd echter niet doorgezet in de daaropvolgende maanden. In september werden er 8,1 procent minder advertenties geplaatst, in december werden er 1.450 personeelsadvertenties minder geplaatst (-3,3 procent) in vergelijking met december 2009, waarmee de procentuele daling in vergelijking met november 2010 (-2,7 procent) weer iets opliep.

Marktaandelen
Van de 569.600 geregistreerde personeelsadvertenties in 2010, werd 91,6 procent op internet geplaatst. In 2009 lag dit aandeel op 89,7 procent. Dagbladen hebben marktaandeel in moeten leveren en komen uit op 5,6 procent (2009: 6,0 procent), evenals vak- en managementbladen die in 2009 een marktaandeel hadden van 3,3 procent en in 2010 uitgekomen zijn op 2,1 procent. Het marktaandeel van de overige mediumtypen was 0,7 procent in 2010.

Ontwikkeling per beroepsgroep
In 2010 had de top 5 beroepsgroepen een aandeel van 17,6 procent in het aantal geplaatste personeelsadvertenties. Behalve de beroepsgroep Financieel- administratief medewerkers noteerden ze allemaal een dubbelcijferige groei. Op de eerste plaats staat de beroepsgroep Systeemontwikkelaars en – analisten (+63,6 procent), waarbij voornamelijk gevraagd werd naar Software Engineers (+75,5 procent). Het aantal personeelsadvertenties binnen de tweede beroepsgroep, Financieel- administratief, daalde met 6,8 procent. Account Managers Zakelijke Dienstverlening noteerde een toename van 26,3 procent, binnen Commercieel Medewerkers en Telemarketeers werden 49,6 procent meer personeelsadvertenties geplaatst en Consultants en Specialisten nam toe met 137,5 procent. Deze laatste beroepsgroep heeft echter met 2,2 procent een marginaal aandeel in het totale aantal personeelsadvertenties.

Aantal vacatures
Naast het aantal personeelsadvertenties dat geplaatst wordt, registreert Nielsen ook het aantal vacatures waarvoor geadverteerd wordt. In 2010 zijn er 14 procent minder vacatures geplaatst dan in 2009. Hiervan werd 84,9 procent op jobsites geplaatst (516.000 vacatures), 10,9 procent in dagbladen (66.000 vacatures) en 3,9 procent in vak- en managementbladen (23.700). Verder werden er nog 1.400 vacatures in overige mediumtypen geplaatst.

Bron: Marketing Online

Analisten voorspellen forse groei advertentieomzet Twitter

De opbrengsten uit advertenties bij het sociale netwerk zullen dit jaar uitkomen op circa 150 miljoen dollar (ruim 110 miljoen euro), vooral dankzij reclameverkoop in de Verenigde Staten.
In 2010, het eerste jaar dat Twitter advertenties verkocht, kwam de omzet uit op 45 miljoen dollar. Over volgend jaar is eMarketer nog optimistischer. Dan kan de omzet uitkomen op 250 miljoen dollar.

‘Als Twitter in staat is het aantal leden verder te laten groeien en marketeers weet te overtuigen van zijn waarde, zal het slagen in het laten toenemen van de omzet’, zegt analist Debra Aho Williamson van eMarketer.

In september 2010 had Twitter 175 miljoen geregistreerde gebruikers, en er worden 95 miljoen tweets per dag geschreven. 

Bron: ANP – Adformatie

2011, here we come

De vakantie zit er inmiddels alweer op. Wij zijn 2011 alleszins mooi begonnen met een glaasje champagne. Ook zijn er enkele cadeautjes uitgewisseld onder de collega’s en later op de dag hebben we kunnen genieten van een heerlijk menu in de Eetkamer te Sint-Niklaas. Daar kregen we het gezelschap van Christina Verhofstadt, die ons naast de gelukwensen voor het nieuwe jaar ook informatie bracht over Roularta’s nieuwe mediamix voor hooggeschoolde werkzoekenden, namelijk ChallengeZ. We zijn er helemaal klaar voor.

Het nieuwe jaar begonnen we met een update van Roularta.

Vacature focust op Sales & Marketing

Op zaterdag 11 december brengt Vacature een dossier rond Sales & Marketing en FMCG.

Adverteerders die personeel zoeken in deze sectoren en in deze editie van Vacature adverteren, kunnen genieten van enkele voordelen. Men krijgt een gratis herplaatsing vanaf 1/2e pagina, een gratis doorplaatsing in de speciale magazine-editie “Break” en men kan op extra visibiliteit rekenen.

Op redactioneel vlak zal het nummer van 11 december het dossier ‘De sterren van 2010’ bevatten: dit is een analyse / overzicht van de ondernemingen die hun succes laten afstralen op de rekruteringsmarkt.

Vacature lanceert “Finance & Consulting”

 Op 18 september komt Vacature met het dossier “Finance & Consulting” op de proppen. Wie hierin wil adverteren, kan rekenen op een aantal voordelen.

“Talent Package”: 30% korting

“Company Inside & Ad Monitor Package”: bij 2 inlassingen: gratis Publireportage + Ad Monitor

Combinatie Vacature/De Tijd

Vanuit de resultaatsgarantie kunt men instappen in de combinatie van het Vacature magazine met De Tijd. Zo wordt de advertentie gericht naar financiële profielen doorgeplaatst op de redactionele pagina’s van De Tijd in de week van 20 september.

 Doorplaatsing op references.vacatures.com

 Intekenen op deze editie betekent dat de advertentie automatisch doorgeplaatst wordt op de nieuwe references.vacature.com. De advertentie verschijnt dan 4 weken online op vacature.com en references.be en in de automatische e-mail naar de juiste doelgroep.

Extra visibiliteit

 De advertenties voor het dossier Finance & Consulting worden samengebundeld in het Vacature magazine.

Nationaal adverteren

Naast Vacature publiceren ook de Franstalige collega’s van References een dossier Finance & Consulting op zaterdag 18 september. Het is dus mogelijk om in beide landstalen te adverteren.

Video’s worden bron van inkomsten dankzij YouTube-advertenties

YouTube is de voorbije jaren wereldwijd  immens populair geworden, maar wie denkt dat deze site enkel nuttig is om grappige filmpjes te bekijken, heeft het bij het verkeerde eind. Tegenwoordig komt de videosite ook goed van pas in de reclamewereld. Claire Cain Miller vertelt u hierover meer in haar artikel “YouTube Ads Turn Videos Into Revenu”, dat werd gepubliceerd in The New York Times.

San Bruno, Californië – Vorige maand uploadde YouTube-gebruiker TomR35 een fragment uit de AMC-serie ‘Mad Men’, waarin Don Draper een oprechte speech afsteekt over het belang van nostalgie in reclame.

De meeste kijkers zullen het niet hebben gemerkt, maar dat fragment maakt ook iets duidelijk omtrent hedendaagse reclame: YouTube wordt steeds winstgevender voor adverteerders.

Vroeger had Lions Gate, het entertainmentbedrijf dat de rechten bezit over ‘Mad Men’, waarschijnlijk een verzoek ingediend om het fragment van TomR35 te verwijderen. Nu beslisten ze echter de video te laten staan; in ruil daarvoor voegde YouTube advertenties toe aan de video en deelden ze de opbrengst met Lions Gate.

Opvallend genoeg werden meer dan een derde van de wekelijks twee miljard bekeken YouTube-filmpjes met reclame – net zoals het fragment van TomR35 – geupload zonder de toestemming van de copyrightbezitter. Ze worden automatisch herkend door Content ID, het systeem dat YouTube gebruikt om filmpjes te scannen en te vergelijken met materiaal van de copyrightbezitters.

Die twee miljard video’s, wat volgens YouTube een stijging bedraagt van 50% t.o.v. vorig jaar, vormen slechts 14% van het totale aantal filmpjes dat wekelijks bekeken wordt op YouTube – dat trouwens werd overgenomen door Google. Toch is dit volgens analisten voldoende om YouTube dit jaar rendabel te maken.

Eric E. Schmidt, CEO van Google, zei in een interview dat YouTube een belangrijk deel uitmaakt van hun inkomsten uit display-advertenties, die trouwens de tweede bron van inkomsten vormen voor zijn bedrijf.

Het voorbije jaar leverde YouTube een beduidende bijdrage aan Google Inc. En dat juist nu Google – dat meer dan 90% van zijn inkomsten uit zoekadvertenties haalt – op zoek is naar een tweede bezigheid. Hoewel Google nog geen verslag uitbracht inzake de verdiensten van YouTube, suggereerden ze al dat de videosite neigt naar rendabiliteit. Analisten voorspellen dat YouTube dit jaar zo’n 450 miljoen dollar aan inkomsten zal binnenbrengen en dus winstgevend zal zijn. Volgens het bedrijf zijn de inkomsten van YouTube jaarlijks meer dan verdubbeld gedurende de voorbije drie jaar.

De relatie tussen YouTube en content ontwikkelaars verliep niet altijd zo vlot. Chris Maxcy, directeur van de YouTube-dienst ‘Content Partnerships’ beaamt dat YouTube veel tijd heeft besteed aan vergaderingen met advocaten n.a.v. schendingen van het auteursrecht.

“Zulke bijeenkomsten werden voor 90% bijgewoond door advocaten, terwijl de marketingmensen naar de achtergrond verdwenen. Nu ontvangen onze partners iedere maand hogere cheques en zijn er zo goed als geen advocaten meer aanwezig tijdens vergaderingen. De weinige advocaten die u er wel vindt, zijn handelsadvocaten die helpen bij het afronden van contracten.”

Deze verandering betekent ook voor Google een belangrijke ontwikkeling, aangezien zij YouTube in 2006 kochten voor 1,65 miljard dollar. YouTube speelde eerst de rol van Google’s losbandige zoon: ze spendeerden grote sommen aan het vergroten van hun bandbreedte en opslagruimte om alle mogelijke video’s te kunnen ondersteunen, maar verdienden zelf weinig.

Volgens Schmidt begon de rol van YouTube zo’n anderhalf jaar geleden – toen hij hen vroeg wat meer aandacht te besteden aan hun inkomsten – te veranderen.

Hun strategie bestond erin eerst voldoende gebruikers te verzamelen, vervolgens uit te zoeken welke tools tot de hoogste inkomsten zouden leiden en daarna content partners te contacteren. Schmidt denkt dat die fase nu is bereikt.

Salar Kamangar, vice-president van YouTube en medestichter van Google’s zoekadvertentieprogramma ‘AdWords’, begon te onderzoeken hoe er geld viel te verdienen in de videowereld.

Hij stelde dat YouTube Google de kans gaf een deel van de tv-reclamemarkt in handen te krijgen door video’s via een internetverbinding (of het internetprotocol zoals deskundigen dat noemen) rechtstreeks uit te zenden op tv. Advertenties zijn zo veel doeltreffender – want persoonlijker – dan wanneer ze via de kabel worden uitgezonden.

YouTube stelt momenteel verschillende soorten reclame ter beschikking, waaronder display-advertenties – zowel op de homepagina als op de videopagina’s, advertenties om filmpjes te promoten en advertenties die in het videoscherm zelf opduiken.

Toen iemand bijvoorbeeld ‘Not Afraid’ van Eminem uploade, verwijderde YouTube dat filmpje niet, maar voegde er advertenties aan toe die kijkers de mogelijkheid gaven het liedje of de ringtone te kopen. De inkomsten uit deze advertenties werden gedeeld met de copyrightbezitter.

“Google kwam tot het inzicht dat consumenten dagelijks verschillende media gebruiken”, zei Dave Marsey, vicepresident van de mediadienst bij online reclamebureau Digitas, “Zoeken maakt daar een belangrijk deel van uit, maar soms verkiest men entertainment of wil men een probleem oplossen. Dan is het logisch om een bezoekje te brengen aan YouTube.”

De content partners waarmee YouTube zijn inkomsten uit advertenties deelt, kunnen grote entertainmentbedrijven zijn zoals Lions Gate, maar ook amateurvideografen die een eigen achterban hebben opgebouwd. Honderden van zulke partners verdienen jaarlijks meer dan 100.000 dollar. Sommigen konden zelfs ontslag nemen bij hun dagdagelijks werk, denk maar aan Sal Khan, een voormalig hedgefondsmanager die nu educatieve filmpjes maakt i.v.m. wiskunde en wetenschappen.

De volgende uitdaging voor YouTube bestaat erin meer adverteerders aan te trekken door professionelere, long-form content aan te bieden naast filmpjes van kirrende baby’s en en verraste kittens. YouTube experimenteert momenteel met een verhuurdienst waarbij u per bekeken film moet betalen, maar ook met het uitzenden van live evenementen zoals concerten. Ook werd er onlangs een deal gesloten om op aanvraag Major League Baseball-wedstrijden te vertonen in Japan.

“Hulu, een website die opgericht werd door enkele tv-zenders om films te streamen en uit te zenden, verdient meer per stream dan YouTube doordat zij professionelere content aanbieden”, beweert Jordan Rohan, research analist op het gebied van internet en digitale media bij Stifel Nicolaus. “Qua streams en qua inkomsten is YouTube absoluut marktleider, maar slechts een laag percentage van hun inkomstenstroom kan verklaard worden door een hoog advertentiecijfer.”

YouTube moet zijn gebruikers volgen, nu ze steeds minder video’s bekijken via hun computer en steeds meer via kleine gsm-schermpjes of grote tv-schermen. YouTube wordt tegenwoordig dagelijks 160 miljoen keer bekeken via gsm’s, dat is bijna driemaal zoveel als vorig jaar. Later dit jaar komt Google op de proppen met Google TV, zodat mensen YouTube-filmpjes kunnen bekijken op televisietoestellen met een internetverbinding.

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “YouTube Ads Turn Videos Into Revenue” van Claire Cain Miller     gepubliceerd in The New York Times

Locatiegebaseerde sociale netwerken

Waar bent u?

Een verhaal over nepburgemeesters en echte deals

De gewone sociale netwerksites zijn intussen alom bekend. De technologie staat echter nooit stil en nu kunt u iedereen dus voortdurend laten weten waar u bent. Ook in de bedrijfswereld kunnen locatiegebaseerde netwerken goed van pas komen. In het artikel “Location-based social networks. Where are you? A tale of fake mayors and real deals”, dat verscheen in The Economist, vernemen we er alles over.

Volgens veteranen uit de marketingwereld draait alles om het bereiken van de juiste persoon op de juiste plaats en het juiste moment. Dat verklaart de toenemende interesse van de marketingwereld in sociale netwerken, zoals Foursquare en Gowalla, die gebruik maken van gsm’s zodat gebruikers kunnen inchecken in winkels of restaurants en hun vrienden zo onmiddellijk kunnen laten weten waar ze zich bevinden. Voorstanders van zulke diensten overdrijven graag door te beweren dat ze geld kunnen slaan uit advertenties, gericht op mensen die op het punt staan iets te kopen. Om deze buitensporige voorspellingen waar te maken, zullen sociale netwerken eerst nog enkele belangrijke obstakels moeten overwinnen.

Het idee van locatiegebaseerd netwerken vond onlangs aanhang bij een belangrijke naam in de wereld van sociale media, nl. Facebook. Deze sociale netwerkreus hield de vooruitgang van firma’s zoals Foursquare (dat 3 miljoen leden telt) al geruime tijd in de gaten. Nu komen ze op de markt met hun eigen dienst, Places, die momenteel enkel beschikbaar is voor Amerikaanse gebruikers van hun mobiele toepassing. Via Places kunnen zij hun Facebook-vrienden laten weten waar ze zich bevinden; de manier waarop dit gebeurt, kunt u vergelijken met het taggen van foto’s.

Verscheidene adverteerders hebben deze locatiegebaseerde sociale netwerken al uitgetest. PepsiCo, een multinational op het gebied van voeding en drank, verstuurt bijvoorbeeld elektronische badges naar de gsm’s van mensen die via Foursquare herhaaldelijk plaatsen bezoeken waar hun producten worden verkocht. Zo spelen ze in op de competitieve sfeer die deze splinternieuwe dienst stimuleert door mensen die een bepaalde locatie vaak bezoeken, te belonen met de ietwat belachelijke titel van burgemeester.

Volgens Bonin Bough, wereldwijd directeur van digitale en sociale media binnen PepsiCo, zijn de eerste ervaringen van het bedrijf met locatiegebaseerd netwerken alvast positief. Het experiment met Foursquare overtuigde mensen niet alleen om plaatsen te bezoeken waar producten van Pepsi worden verkocht, het bezorgde het bedrijf ook enkele nuttige data, zoals bijvoorbeeld het voetgangersverkeer rond winkels. Zo kunnen ze aangepaste promoties aanbieden. Ford en Starbucks gebruikten eveneens al locatiegebaseerde netwerken om meer klanten te lokken.

Er zijn echter ook verschillende redenen waarom vele marketingdeskundigen nog steeds een beetje twijfelachtig staan tegenover het investeren van grote sommen geld in sites zoals Foursquare. Ten eerste telt zelfs het grootste mobiele sociale netwerk slechts een paar miljoen leden, wat het al minder aantrekkelijk maakt. Vorige maand publiceerde onderzoeksbureau Forrester een rapport waaruit bleek dat amper 4% van de Amerikaanse volwassenen al ooit zo’n netwerk had gebruikt. Het aantal mensen dat er wekelijks meermaals gebruik van maakt, ligt dus nog veel lager. Kortom, u kunt een veel groter publiek bereiken met andere vormen van marketing, denk aan promoties via sms of advertenties voor mobiel zoeken.

Een tweede uitdaging voor locatiegebaseerde netwerken bestaat erin te vermijden dat techneuten hun systeem misbruiken. Op blogs vindt u een overvloed aan verhalen over nepburgemeesters en manieren om in te checken op plaatsen die u niet echt bezoekt. Foursquare en andere netwerken doen er alles aan om zulke praktijken tegen te gaan, maar dat is niet makkelijk. Dan is er nog de ingewikkelde privacykwestie. Als ze nog aanzienlijk willen groeien, zullen mobiele sociale netwerken hard moeten werken om mogelijke gebruikers ervan te overtuigen dat delicate informatie omtrent hun locaties beschermd wordt tegen inbrekers, enz.

Deze problemen beletten marketingspecialisten echter niet om nog meer experimenten uit te voeren. Jonathan Nelson, hoofd van reclamebureau Omnicom Digital, zegt bijvoorbeeld dat hij nog steeds probeert te achterhalen hoe je zulke netwerken het best kan gebruiken. In de toekomst zullen deze experimenten steeds vaker plaatsvinden op Facebook. Met meer dan 150 miljoen mobiele gebruikers, maken zij het meest kans om op korte tijd een enorme locatiegebaseerde dienst uit de grond te stampen. Maar net zoals zijn rivalen, zal ook Facebook nog moeten bewijzen dat Places wel degelijk resultaten kan boeken, dat blijft immers het belangrijkste doel van marketing.

Vrij vertaald door Anja De Grave naar “Location-based social networks. Where are you? A tale of fake mayors and real deals” uit The Economist

Roularta lanceert ChallengeZ

Op het vlak van rekruteringsmedia heeft Roularta Media Group een nieuwe mediamix ontwikkeld, speciaal voor de hoger opgeleide profielen, vooral de groep kader tot hoger kader. De meeste adverteerders voelden aan dat RMG nog geen geschikt kanaal had voor deze hooggeschoolde doelgroep. Het antwoord van RMG heet ChallengeZ.

Deze mix bevat verschillende kanalen, zowel print, tv als onlinetoepassingen (newsletters en sites). Als adverteerder zal men de mogelijkheid hebben om uit volgende media te kiezen:

  • Knack/Trends
  • De Zondag nationaal
  • Kanaal Z
  • De bekende sites (knack.be, trends.be)
  • De gerelateerde newsletters van Knack en Trends
  • De nieuwe site ‘ChallengeZ’

Roularta wil uitblinken op het vlak van bereik (bv. De Zondag heeft wekelijks meer dan 2.000.000 lezers) en de diversiteit (de verschillende soorten kanalen zoals hierboven vermeld).

RMG zal voor ChallengeZ nieuwe advertentieruimtes toepassen. De mmkol-regel is niet langer van tel. Voortaan zal er gesproken worden over bv. 1/3e of 1/2e van een pagina.

Het nieuwe pakket en de bijhorende afmetingen en tarieven zullen vanaf september van toepassing zijn.

Volledige facelift voor Vacature online

Vanaf september pakt Vacature uit met een volledig nieuwe site. In samenwerking met enkele gespecialiseerde bedrijven hebben ze naar eigen zeggen een nieuwe betekenis gegeven aan het online zoeken naar jobadvertenties.

Om te beginnen zijn er veel inhoudelijke veranderingen. Allereerst krijgt de site een nieuwe look. Deze is overzichtelijk en aantrekkelijk, het bevat meer foto’s en minder tekst. De inhoud wordt uitgebreid met onder andere testen, reportages, artikels en dossiers.

De site wordt volledig gepersonaliseerd. Oorspronkelijk had Vacature al een MyPage, nu wordt deze op gans de site doorgetrokken. De interactie is belangrijker dan ooit.

Er komt ook een volledig nieuw gamma van zoekopties. Hiervoor deed Vacature beroep op Actonomy, een toonaangevend bedrijf op het vlak van search & matching technology, en gespecialiseerd in HR-omgevingen.

o       De zoekopties worden opgeslaan en gelinkt aan de account van de surfer. Ze kunnen op elk moment gewijzigd worden.

o       Voortaan staan de zoektermen ook in connectie met een synoniemlijst, zodat je bij het intikken van “vertegenwoordiger” ook andere functies te zien krijgt, zoals bv. “account manager”.

o       Je kan nu ook je zoekopties rangschikken volgens belangrijkheid, bv. indien de sector van minder belang is dan de functie of de plaats.

Nog een verandering is de optie Reistijd. In plaats van de afstand woon-werkverkeer wordt de tijdspanne weergegeven, wat voor veel mensen belangrijker is dan het aantal km dat ze afleggen. Be-Mobile heeft dit ontwikkeld voor Vacature.

Verder zijn er nog enkele technologische veranderingen. Vacature Online zal vanaf september via CSS3 en HTML5 werken, waardoor de inhoud van de site perfect kan gebruikt worden op nieuwe mediatoepassingen, zoals de iPhone en de iPad. Eerder had Vacature al een applicatie op de iPhone, nu hebben ze ook een iMag ter beschikking. Dit is het online magazine, te bekijken op de iPad. Dit is niet zomaar een copie van de printversie, ze bevat nog links en filmpjes.